Kasteel Hotels                                                                     

Kasteeltypen

 
Een hoofdindeling is te maken op basis van de topografische positie van kastelen, met aan de ene kant de hoogteburchten die gelegen zijn op natuurlijke hoogten in het landschap en aan de andere kant de laaglandkastelen die in de vlaktes en de valleien gelegen zijn. 

Ringwalburg


Een ringwalburg is een eenvoudige ronde wal, eventueel bekroond met een muur van palissaden, die omgeven is door een eventueel met water gevulde gracht. Een dergelijke burcht kon een versterkt huis of donjon herbergen (zoals het geval was bij de Hunneborg nabij Denekamp), of zij kon de kern vormen van een nederzetting, waarbij de belangrijkste gebouwen zich in de burcht bevonden. Deze vorm van een burcht of kasteel werd vooral in de Vroege middeleeuwen (6e eeuw tot de 10e eeuw) toegepast, maar er zijn bewijzen dat er enkele ringwalburgen nog tot in 1350 in gebruik zijn geweest. De hausse in de bouw van ringwalburgen vond plaats aan het einde van de 9e eeuw tegen Vikinginvallen. Langs de kusten, aan de mondingen van de rivieren en rond belangrijke bestuurs- en handelscentra werden ringwalburgen aangelegd in opdracht van het centrale gezag door de lokale heren en kloosters. Voorbeelden: Oostburg, Oost Souburg, Domburg, Middelburg, Burgh-Haamstede, Rijnsburg, Den Burg, Zutphen, Deventer en mogelijk ook Maastricht.
 

Donjon of woontoren


Een donjon is een zware, versterkte toren. Sommige kastelen gebruikten een donjon als laatste vluchtplaats in noodgevallen, zoals bij de waterburcht van Culemborg. Bij andere kastelen was de donjon het voornaamste woongebouw (bijvoorbeeld de eerste twee incarnaties van Kasteel Valkenburg). Of het kasteel bestond enkel uit een toren, zoals de Schierstins in Veenwouden of de Dever bij Lisse. Een donjon kan zodoende in de meeste kasteeltypen voorkomen. Soms als voornaamste bebouwing, maar meestal ingebouwd in een kasteelcomplex.
 

Motte

 

Een motte is een door mensen gemaakte heuvel waarop een versterking werd gebouwd. Een goed bewaard voorbeeld hiervan is de Leidse Burcht. De aarde voor de motteheuvel werd verkregen door het uitgraven van een gracht rondom de motte. Op de heuvel stond meestal een enkele donjon omringd door een muur of palissade. Onderaan de motte kon men een voorhof vinden, een ommuurd complex met stallen en voorraadschuren. Soms stond ook het eigenlijke woonhuis op de voorburcht en werd de donjon enkel als noodverblijf gebruikt. Het mottekasteel ontstond ten tijde van de Noormannen.
 

Palts


Een palts was een koninklijke verblijfplaats van het Frankische Rijk en daarna het Heilige Roomse Rijk. De paltsen hadden zowel kenmerken van een kasteel (versterkte woning) als van paleis (ambtswoning) en bevonden zich door het hele rijk. Zo kon de koning en later de Duitse keizer zijn enorme rijk besturen door rond te reizen van palts tot palts. Als de koning of keizer er niet was, stonden de paltsen dus lange tijd min of meer leeg.
In Nederland hebben paltsen gestaan in Nijmegen, Utrecht, Maastricht en Zutphen.
 

Concentrische burcht


Een kasteelcomplex verdedigd door concentrische ringen van verdedigingswerken. Kastelen van dit type hadden ook geen centrale donjon meer. De belangrijkste gebouwen werden ondergebracht in een complex in het midden van het kasteel, gegroepeerd rond een binnenhof. Dit type kasteel werd ontwikkeld naar voorbeeld van de islamitische burchten die men in het Midden-Oosten tegenkwam tijdens de kruistochten. Zo bouwde bijvoorbeeld Godfried van Bouillon op een meander van de Semois zijn burcht verder uit. In Nederland is alleen de laatste versie van Kasteel Valkenburg een zuivere concentrische burcht. Wel waren de vierkante waterburchten, gebouwd door Floris V, sterk geïnspireerd door de Engelse concentrische burchten.
 

Waterburcht of waterkasteel

 
Een waterburcht of waterslot is een type kasteel waarbij een kasteelcomplex direct omgeven is door een brede gracht of gebouwd is in een meer, rivier of ander water. Het kasteel staat niet boven op een motte en het complex is niet omgeven door extra verdedigingsmuren. De buitenmuren van het complex zelf zijn de belangrijkste verdedigingswerken. De gebouwen zijn meestal gerangschikt rond een binnenhof, en eventueel worden diverse delen van het complex verbonden door een schildmuur. Hoektorens zorgen voor extra verdediging. Voorbeelden van dit soort kastelen zijn het Muiderslot in Muiden, Slot Loevestein en Kasteel Ammersoyen in de Bommelerwaard, het waterkasteel van Schoonbeek, het Kasteel Radboud in Medemblik, de commanderij van Alden Biesen in Rijkhoven en Kasteel Brederode in Santpoort. Slot Egeskov in Denemarken wordt gezien als een van de mooiste en best bewaarde waterburchten in Europa.
 

Stadskastelen

 
Een stadskasteel kan een adellijke woning in een stad zijn, bijvoorbeeld de Markiezenhof in Bergen op Zoom. Maar het kan ook een verdedigbaar stenen huis of toren zijn die in een middeleeuwse stad een plaatselijke ridder of anderszins belangrijk persoon huisvestte, bijvoorbeeld het Arent thoe Boecophuis in Elburg.
Voorbeelden van dit soort stadskastelen:
in Nederland: Huis Oudaen aan de Oudegracht in Utrecht en het Maarten van Rossumhuis in Zaltbommel.
in België: het Hof van Savoye en het Hof van Buysleyden in Mechelen, en de residentie van de graven Arconati-Visconti te Brussel.De Hollandse keuken 
 

 Zie Hotels-index
 
 

 

© 2018 - Copyright Info-Magazines.com